dinsdag 31 december 2013

Blogvoornemens

 Vorig jaar wilde ik mijn blogvoornemens zo haalbaar mogelijk houden. En dat deed ik.

Ik nam mezelf voor in 2013 meer te bloggen dan in 2012.
Die kan ik alvast in mijn zak steken! Gehaald.

Ook nam ik me voor meer met video te experimenteren. Want vloggen schijnt iedere keer helemaal het ding te worden. Dit jaar hoorde ik weer hoe groot het gaat worden. Ik heb ermee gespeeld, er aan geroken. Maar de geluidskwaliteit laat te wensen over met de spullen die ik tot mijn beschikking heb. Dus is er vrij weinig van online gekomen. Sorry. Misschien dat ik dit jaar wel een oplossing kan bedenken.

Meer met beeld werken. Ik kan me voor om zelf poppetjes te gaan tekenen. Dat bleek niet helemaal het ding te zijn. Weer iets met kwaliteit die te wensen over liet. En ook iets met gebrek aan tijd. Maar ik heb wel degelijk meer met foto's gewerkt. Ik denk dat het voor mij altijd een worsteling zal blijven. Hoeveel beeld moet er bij je tekst? En hoe relevant moet het beeld bij de tekst zijn? Voor mij werkt beeld alleen maar als het een toegevoegde waarde heeft. En de toegevoegde waarde is voor mij niet laten zien dat ik best oog heb voor leuke foto's. Als het niets aan mijn tekst heeft toe te voegen dan gebruik ik liever geen afbeelding.

Daarnaast wilde ik mijn drakenverhaal hier gaan publiceren en af en toe fictie gaan schrijven. Twee dingen die ik niet heb gedaan. Wel gebeurde er andere mooie dingen. Soms is het kennelijk zo dat je voornemens nog zo mooi kunnen zijn, maar je de werkelijkheid niet had kunnen voorspellen.

Afgelopen jaar heb ik mijn weg naar het heksenpad weer terug gevonden. Niet dat ik er vanaf was gestapt. Het was alleen niet zo heel erg zichtbaar meer voor mij. En toen ik mijn pad terug vond besloot ik daarover te gaan bloggen. Niet voor heksen, die weten zelf wel waar ze hun informatie kunnen vinden. Maar voor mijn lezers waarvan ik merkte dat ze nieuwsgierig waren naar dit onderwerp. Het zijn geen feitelijke stukjes geworden. Want op het heksenpad ben ik geen vrouw van feiten. Ik bewandel dit pad op intuïtie, en dat is terug te lezen in de stukjes. Ook heb ik een aantal kindermeditaties geschreven en hier geplaatst (misschien ben ik dus toch aan een beetje fictie toegekomen).

Ook schreef ik een aantal artikelen voor de winkel Alles in Wonderland. Helaas heb ik na de eerste zending aan spullen nooit meer iets van ze gehoord. Ik weet niet of ze wel doorgegaan zijn met andere bloggers, ik heb nooit meer een blogstukje gevonden op hun website. Misschien werkte deze vorm van reclame toch niet helemaal voor ze. Of vonden ze dat ze een te kleine doelgroep aan boorde. Wie zal het zeggen. Ik had er in iedergeval veel plezier in ook eens commercieel te bloggen. Hoewel het mij ook in conflict bracht. Want hoe kon ik deze twee kanten van mijzelf op een blog vertegenwoordigen? Het kleine meisje dat blij wordt van leuke hebbedingetjes zolang ze maar stippen hebben, en de vrouw die ik geworden ben die consuminderen zo belangrijk vind. En daarom sinds 1 April alleen nog maar nieuwe kleren gekocht heeft voor de bruiloft van mijn zusje, en om naar Lowlands te gaan. En geloof me, 2 keer een setje kleren in 8 maanden tijd is voor mij best een prestatie.

Ik weet dat het leven is wat je gebeurd terwijl je andere plannen maakt. Maar ik vind plannen maken veel te leuk. Dus ook dit jaar heb ik weer een paar blogvoornemens.

1 Ik wil de verhalen gaan bloggen van bijzondere mensen die ik heb leren kennen in de afgelopen jaren die prachtig kunnen vertellen, maar niet bloggen. De eerste vrouw die ik hiervoor op het oog had heeft al toegezegd. Na haar vakantie ben ik uitgenodigd voor een etentje en mag ik naar haar verhalen komen luisteren om ze op te tekenen. Ik heb er zin in.

2 Hier ben ik dit jaar al mee begonnen. Ik wil wandelingen gaan maken met mensen die een bijzondere binding met een bepaalde plek hebben. Zoals ik hier  en hier  al deed. En eigenlijk was het hele tripje naar Frankrijk een week lang alleen maar dit soort wandelingen. Het gaat dus niet zozeer om de route (behalve als de lezers dat erg interessant vinden) maar meer om de ervaring, de verhalen. Heb jij dus een bijzondere plek met een bijzonder verhaal dat je met mij wilt delen, en wil je met mij wandelen? Neem dan contact op via dit blog of via mis.laura.artemis@gmail.com

3 En tot slot het derde idee waar ik al een tijdje mee speel, op mijn computer heb ik in de rechterbovenhoek een schermpje waar random oude foto's op getoond worden die kennelijk ergens opgeslagen op mijn computer staan. Van pak hem beet de afgelopen tien jaar. Nu heb ik wel iets met foto's dus het lijkt me leuk om die foto's te plaatsen en het verhaal van toen erbij te vertellen. Of wat ik er nu nog van herinner. Kortom die oude doos eens digitaal om te gooien en te kijken wat het me brengt.

Toen ik deze drie ideeën in de blogpraat groep gooide werd er zo enthousiast op gereageerd dat het net leek alsof er echt mensen zitten te wachtten op mijn hersenspinsels. En heel misschien is dat ook wel zo.

Dan rest mij nu niets anders dan jullie een heel gelukkig 2014 toe te wensen. Ik hoop dat jullie hier af en toe eens op visite komen. En laat gerust iets van jullie horen.

woensdag 25 december 2013

4 december, finally going home


Na het ontbijt worden we door de bus teruggereden naar het vliegveld. Het ziet er naar uit alsof we eindelijk naar huis toe gaan. Mister E kijkt naar vliegtuigen die opstijgen en landen. Romeo en ik geloven het wel, en kletsen wat na over ervaringen die we hadden als we even helemaal alleen waren.

Als we in Eindhoven aankomen is het nog steeds mistig. Ik probeer er een foto van te maken. Leuk voor later, door deze mist had ik uuuuuuuren vertraging. Maar als ik de foto gemaakt heb vind ik het eigenlijk helemaal niet meer zo leuk.

We stappen de trein uit en lopen naar onze huizen. Maar eerst lopen we nog even het pop-up museumpje binnen, iets over echte Rotterdammers.  Of we ook op de foto willen met een gevatte opmerking op een bordje over wat dat dan wel niet is, een echte Rotterdammer. Onze hoofden zitten vol. En we zien er niet uit. We willen niet.

Dan loopt Mister E terug, "Echte Rotterdammers eten geen bieten maar kroten" roept hij. En hij laat zichzelf fotograferen. Kennelijk ben ik zo'n echte Rotterdammer dat het niet in me opgekomen was dat in de rest van het land niemand ooit krootjes eet. Ik ben thuis! Dat weet ik nu zeker.

3 December, de terugreis

Onze laatste vakantiedag. Een dag van opruimen en schoonmaken, inpakken en afscheid nemen. Dag mooi lief land, ik mis je nu al, fluister ik. Er rolt een traan over mijn wang. Ik wil nog niet weg. Mag ik niet nog heel eventjes blijven? Moet ik echt weer terug naar het leven van alle dag?



Voor een laatste keer loop ik door het huisje, ik kijk uit het raam, geniet van het uitzicht, de bergen. Dan moeten we gaan. Kussen in de lucht.



We brengen onze laatste uurtjes in Carcassonne door, nu met daglicht en een mildere temperatuur. Ik probeer nog aan een Katarenkruis te komen voor om mijn nek. Vroeger in een vorig leven had ik zoiets gehad, maar toen de relatie uit ging had ik mijn ketting terug moeten geven. Mijn missie mislukt. En misschien is dat maar goed ook. Ik moet niet te veel blijven hangen in het verleden. Laat haar gelukkig zijn met het kruis dat meer van mij dan van haar is.



Als we iedere steen drie keer hebben bekeken pakken we de auto naar het vliegveld. We checken in en nemen plaats in iets dat nog het meest lijkt op een kantine. Een sportvliegtuigje land, stijgt weer op, land, stijgt weer op om vervolgens weer te landen. Van ons vliegtuig is geen teken. Een helikopter land, wij spelen kaart, de helikopter stijgt weer op. Nog steeds geen vliegtuig. Ik eet een bord patat. We spelen nog meer kaart, nog altijd geen vliegtuig.



Er wordt iets omgeroepen, de veertigers kijken op hun i-pads, het vliegtuig is nog niet vertrokken uit Eindhoven zeggen ze. Iets met mist. Het vliegtuig had hier al moeten zijn. Dus spelen we nog meer kaart. Ik maak verbinding met internet via mijn smartphone en vertel dat ik voorlopig nog niet thuis kom. We zitten vast op het vliegveld. Maar we hebben het warm en we spelen kaart. Ik probeer een zelfportret te maken, van mij op het vliegveld.




Ineens veranderd er iets, er komt een bus. De bus brengt ons naar een hotel, we blijven nog een nachtje. Ik voel me raar, ik wil niet in dit hotel, maar ik wil ook niet naar huis. We eten wat, we spelen kaart, drinken een drankje en kletsen wat met mensen die in hetzelfde schuitje zitten als wij. Ik weet nu alles van een huis kopen in deze omgeving. Uitzicht betaal je met graden. Hoe mooier het uitzicht hoe kouder. Je wilt afgelegen zitten maar niet alleen, je hebt je buren nodig, zorg dus dat je ze net kunt zien. Dat soort nuttige tips. We nemen afscheid. Morgen zien we elkaar wel weer, bij het ontbijt.



Ik lig alleen in mijn kamer na te denken. Waarom wil dit land mij zo graag hier houden. Wat is de les die ik nog moet leren? En waarom voelt het zo persoonlijk?


donderdag 19 december 2013

2 december 2013, het magische woud

Steeds als ik denk dat ik nu alles wel gezien heb, dat ik me nergens meer over zal verwonderen, dat het hoogtepunt van de vakantie nu toch echt geweest is, dat ik nu wel weet waarom ik hier ben en wat ik hier te zoeken heb komt er weer een ervaring die alle vorige ervaringen vervaagd.



Je staat op de top van de Cardou en denkt dit is zo mooi, mooier dan dit kan niet. Maar dan vliegt er een adelaar voorbij en weet je dat het toch nog mooier kon.



Je staat in Rennes 'l Chateau, je voelt de Maria Magdalena energie, en geloofd heel even spontaan in heilige gralen die ook jij kunt vinden. Fantastisch.



We bezoeken meer kastelen op 1 dag dan menigeen in zijn hele leven. Je voelt hoe de energie in al die kastelen anders is. Soms heel vrouwelijk en gemoedelijk, soms heel mannelijk, stoer, een bijna tastbare strijd.



Het kerstmarktje in het fort, de duivelsstoel, de uren lange wandelingen , iedere keer dacht ik weer ja, dit is het! Van de wandeling van vandaag had ik dan ook eigenlijk geen verwachtingen meer. Het magische bos wordt het genoemd. En ik zag zo'n kabouterpad voor me dat we in Nederland graag voor kinderen uit zetten. Je weet wel, met van die tuinkabouters her en der verspreid. Grappig, maar niet echt magisch.



Wat zat ik ernaast. Vanaf de eerste stap die ik in het woud zette voelde, zag, hoorde en rook ik de magie. Die schilder uit Rennes les Bains is hier vast ook geweest, en heeft die groene mannen, elfen, nimfen en bewoners van het kleine volkje hier vast ontmoet en ze daarna in een regenboogjasje gestoken. Als je hier bent is dat geen fantasie meer, maar echter dan echt. Ik sta als een razende foto's te maken en loop constant achter op de rest. Ik wil niets missen, alles vastleggen, maar ook niet vergeten te genieten van het moment. Bij iedere foto die ik maak realiseer ik me dat het nooit zo mooi wordt als in het echt.Dat ik mensen nooit kan laten mee maken wat ik hier mee maak. Dan ineens sta ik oog in oog met een stok die mij de doorgang versperd. Ik vind dat gek want Romeo en Mister E zijn hier al langs gelopen? Stond die stok er toen nog niet? Waarom hebben zij die hier laten staan? Zou hij hier voor mij staan? Durf ik hem op te pakken? Ik twijfel serieus. Straks beland ik ineens in een soort onderwereld net als in Pan's labyrint. En moet ik een onmogelijke opdracht vervullen omdat ik de stok pakte. Ik maan mezelf weer terug in de echte wereld. In de echte wereld gebeuren dat soort dingen niet. Pak die stok nu maar gewoon. Op het moment dat ik de stok aanraak zie ik runen voor me, die verborgen zitten in de stok en er graag uit willen.



Ik gebruik de stok mijn verdere tocht als wandelstok. Bij het eind van het pad zal ik hem achterlaten, net zoals ik vroeger als kind deed. Maar Romeo spoort me aan de stok mee te nemen. Ik voel me een ondeugend kind. Je wandelstok mee nemen, dat mag toch helemaal niet? Maar toch laad ik de stok in in de auto.



Van alles wat ik hier tot nog toe heb gedaan is dit wel het meest bijzonder. Alleen ben ik even vergeten waar ik nu precies was. Lieve Romeo, als je dit leest, zou je me dan willen vertellen onder welke naam, en in welke plaats ik deze plek terug kan vinden.



woensdag 18 december 2013

1 december 2013 Kataren kijken

Vandaag hebben we ons bezig gehouden met Kataren Kastelen bekijken.



*Chateau de Quiribus- Cucugnan
*Chateau peyrepertuse- Duilac
*De Termes- Termes
*Villerouge- Termenes



Vooral in Termes had ik een mooie ervaring. Ik was op de restanten van een altaar geklommen van een kerkje gewijd aan Maria. En weer voelde ik die goddelijke energie. Ik begon te praten tegen dit goddelijke wezen. Dat ik haar niet kende, maar dat ik wel open stond voor haar, wie ze ook is. Dat ik strakjes ingewijd ga worden als Priesteres van de Godin, en dat haar dienen dan vast tot mijn takenpakket behoort.



Misschien lijd ik aan wanen, maar ik heb het gevoel dat ik antwoord krijg. Ik ben op de goede weg en moet mijn hart volgen. Dan neem ik afscheid. Ik moet Romeo en Mister E gaan zoeken die nog ergens in deze ruïne ronddwalen, en mij vast missen. (tenzij ze me gehoord hebben natuurlijk, dan heb ik mezelf waarschijnlijk onsterfelijk belachelijk gemaakt)



Ik verbaas me dat de godin nu al twee dagen achter elkaar "contact" maakt. Kennelijk heeft ze wat voor mij in petto.



Als ik mijn reisgenoten weer terug vind vraagt Mister E me uit over dat mysterieuze dagboekje van mij. Wat schrijf ik daar precies in op? Schrijf ik over de oranje klei? En over de duiven? Ik ontken dat ik dat doe (en voeg die elementen daarom wel toe aan de getypte versie). Nee ik schrijf vooral de namen op van de plaatsen en de dingen, opdat ik ze niet vergeet. Dat ik de sneeuw, de duiven of de klei vergeet daar ben ik niet bang voor, ze zit nog op al mijn kleren (die inmiddels wel weer fris gewassen zijn). Maar hoe kan ik de weg hierheen ooit terug vinden als ik de namen van de plaatsen niet opschrijf? Mijn hoofd heeft daar geen geheugen voor. Dus schrijf ik zo precies mogelijk op waar ik was en wat de mystieke eigenschappen zijn die andere of ik zelf aan ze gegeven heb. Ik schrijf mijn ontmoetingen met de Godin op, die vele gezichten en vele namen heeft en zich hier steeds aan mij openbaart met gezichten en namen die ik niet ken.




Bij Chateau Termes sterf ik bijna een aanstellerige dood. De richels waar we langs omhoog klimmen zijn zo stijl, en de schemering slaat al toe. De heenweg gaat nog, maar strakjes de terugweg? In het donker? Een misstap en het is exit Laura, dat realiseer ik me maar al te goed. Ik klamp me vast aan een bosje en roep dat ik niet verder meer ga, dat we terug moeten, en dat we niet veel tijd meer hebben. Of iets van die strekking. De heren zijn geduldig en halen me over die drie meter die ik nog moet toch naar boven te gaan. Ik was al een de terugweg begonnen voor de zekerheid, maar laat me over halen. In drie seconde kom ik bij van mijn prestatie, geniet ik van het uitzicht en maak ik me op voor de terugweg. Want helemaal gek was ik niet. We hebben nog maar weinig tijd. In het donker wil je hier niet zijn. En dat komt echt niet door de spookverhalen over geesten van kataren die hier nog steeds op hun paarden rond zouden rijden. Dit is gewoon geen plek waar je in het ravijn wil storten.



Beneden aangekomen, natuurlijk zonder kleerscheuren vind ik mezelf de grootste aanstellen ooit. Kennelijk is het soms nodig om een aansteller te zijn.


30 november 2013

De gebeurtenissen volgen elkaar zo snel op, en er is zoveel te zien dat ik bang ben dat ik de helft zal vergeten. Nu ja, dat is dan maar zo. Vandaag zijn we naar Perpigran gereden en hebben we de volgende plekken bekeken.

*Palais des Rois de Majouque
* Chapelle Notre-Dame des Angus
*Cathedrale St-Jean/ St Jean le Vieux/ Santo



Daarna rijden we door naar Collioure, een plaatsje aan de kust dat Mister E graag wil bezichtigen. Ik loop er niet direct warm voor, vind eigenlijk alles best. Ook omdat ik zelf niet kan rijden en me dus steeds maar laat rijden. Ik weet dat ze het graag doen. Maar toch voelt dat evenwicht een beetje verstoord.



Ik ben daarom extra verrast door de schoonheid van de kust die mij weet te raken. Eigenlijk iedere keer weer, realiseer ik me nu.Misschien juist omdat ik niet zo'n zon, zee strand mens ben. Ik vind een strand leeg, in het najaar, eigenlijk op zijn mooist. Nu dus! En omdat ik dat iedere keer vergeet lijkt het me iedere keer weer een beetje meer te raken. Iedere keer ben ik weer verrast.



We bezoeken Chateau Royal, een Tempeliers kasteel waar toevallig een kerstmarkt gehouden word. En weer wordt ik geraakt. Ik voel me als een kind zo gelukkig. Al die bedrijvigheid maakt me vrolijk en verdrietig tegelijk. Ik loop met mijn zakje kastanjes en een glaasje glühwein tussen kamelen en wijzen uit het oosten. En even weet ik heel zeker dat ik voor dit leven gemaakt ben. Beetje rondreizen, schminken, kinderen vermaken, heksen, verhalen vertellen. Ik vind mijn werk WEL leuk. Ik zie het aan de vertedering die ik voel bij al die vrolijke kindersnoetjes. En natuurlijk dat ik Sprookjesjuf leuk vind wist ik al, maar over mijn werk als pedagogisch medewerker twijfel ik soms.



Daarna lopen we langs de kust en bekijken we Notre-Dame Des Angelus. Magische mooi. Ik voelt dat er iets is. Ik wil het zelfs wel goddelijk noemen. Maar ik kan er niet de vinger opleggen. Het is niet de Artemis energie die ik zo gewend ben. Het is mij onbekend en toch verwelkom ik haar. Ik doe de groet die we op de Godinnencursus geleerd hebben.



Romeo zegt later dat ik hier misschien mijn watergodin gevonden. Een donkere watergodin. Misschien heeft hij gelijk.




maandag 16 december 2013

29 November 2013, Rennes 'l Chateau

We wandelen vandaag naar Rennes 'l Chateau. Hier heeft zich in 1885 een geestelijke gevestigd, Abe Sauniere. Hij renoveerde de plaatselijke kerk en was daarna ineens heel erg rijk. Rijk genoeg in ieder geval om buitenissige gebouwen te laten bouwen. Hoe kwam hij aan dat geld? Vond hij een schat? Onthulde hij een geheim? Er zijn mensen die geloven dat hij bewijzen vond dat Maria Magadalena en Jezus Christus met elkaar getrouwd zouden zijn en samen kinderen kregen. In de roman "de Davinci code" van Dan Brown wordt hier een geromantiseerde versie van weer gegeven.  De reden dat deze plek veel graal toeristen aan trekt. Ook als wij er zijn horen we enkele toeristen het verhaal van de graal vertellen.



Het kerkje dat voor al deze opschudding zorgt is opmerkelijk klein. Het kerkje is geweijd aan Maria Magdalena. Tijdens de befaamde restauratie werkzaamheden zou Sauniere de schatten gevonden hebben onder het altaar. Ook zonder schatten is het een eigenaardig kerkje.



Alleen al door de vreemde teksten die her en der in en op de kerk te vinden zijn. Ik houd het even bij de Nederlandse vertalingen. De oorspronkelijke teksten zijn in het Latijn.

Door dit teken zult gij (het) overwinnen.
(dit staat bij een beeld waar 4 vrouwfiguren een kruisslaan)

Dit is een huis van god en de poort des hemels
(oke niet heel raar voor een kerk)

Het licht in de hemel
(kan ik me ook nog wel iets bij voorstellen)

Maar dan komt het:
Deze plek is verschrikkelijk
(uhhh oke, en bedankt voor het warme welkom)

Mijn huis zou gebedshuis genoemd worden

Ik heb verachting voor het koninkrijk van deze wereld gehad, en alle tijdelijke versieringen. Wegens mijn heer Jezus Christus, wie ik zag, van wie ik hield, in wie ik geloofde en die ik vereerde.



Eenmaal binnen wordt je begroet door een duivel die het wijwater draagt. Deze is in een zittende positie uitgebeeld die weer een link zou kunnen hebben naar de duivelsstoel waar ik gisteren nog in zat. Hij zou perfect passen.



Bij het altaar staan Jozef en Maria afgebeeld met allebei een identieke baby. Dit zou kunnen verwijzen naar een legende waarin wordt beweerd dat Jezus een onderdeel van een tweeling zou zijn.



Door al die mysteriën die je hoofd doen duizelen zou je bijna vergeten hoe adembenemend mooi de omgeving eigenlijk is. Maar daar heeft de omgeving iets op gevonden. De wandelroute die we volgen komt uit een oud boekje en blijkt niet meer te kloppen. Daar komen we achter als we al een behoorlijk eindje onderweg zijn. (En oké, ik geef toe, we negeerde een bord dat we niet helemaal begrepen) We moeten dus een behoorlijk eind terug lopen. De omgeving lijkt ons in zijn greep te houden. Misschien wil het ons laten zien dat we te veel in ons hoofd zitten en dat echte magie van buiten naar binnen komt ofzo. Want tot nog toe verdwalen we op iedere wandeling die we hier gemaakt hebben minstens een keer. Ik heb te weinig gegeten en begin dat nu goed te merken. Met iedere stap die we zetten komt er zo'n 10 cm oranje klei onder onze voeten. Op plateau zolen lopen we verder iets dat de terugweg niet echt makkelijker maakt. Maar ik zet door.



Onder het wandelen zie ik visioenen van mezelf met iemand anders waar ik zo te zien verliefd op ben. Ik weet niet of dat betekend dat ik hier al eens geweest ben of dat ik hier nog eens terug ga komen. Het kan natuurlijk ook allebei betekenen, ik weet het niet, plaats en tijd lijken even verre concepten die hier niet bestaan en als ze al wel bestaan er zeker niet toe doen. Ik snap waarom Romeo zo verknocht is aan deze omgeving en waarom hij hier steeds weer terug wil komen. Toen hij in 2007 deze streek bezocht had ik een lichtelijke jaloezie gevoeld. Niet dat ik het hem niet gunde dat hij hier was, maar zo'n soort reis leek me voor mij onbereikbaar ver weg. En echt ik heb in de tussenliggende jaren zelf ook mooie reizen mogen maken, ik was in Mexico, Zweden, Rome (en de golf van Napels), Wales , Londen en  Manchester, maar dit voelt anders. Deze omgeving roept me al zo lang. En ik ben dankbaar dat ik hier ben. Dankbaar dat Romeo en Mister E mij mee nemen. Dankbaar dat ik het nu ook met eigen ogen mag zien.

zondag 15 december 2013

28 nov 2013 naar de top van de Cardou (en terug)

We hebben de top van de Cardou beklommen. Er gaan verhalen in de ronde dat de Ark van Noach hier gestrand zou zijn. Nu heb ik zelf altijd geleerd dat de Ark gestrand zou zijn op de Ararat, en ik vind het lastig daar van af te stappen. Eigenlijk dacht ik dat iedereen alleen het verhaal van de Ararat kende. Als er twee volkeren een oorlog kunnen voeren om een berg dan zou je zeggen dat er een kern van waarheid in zou moeten zitten.


Er zijn ook mensen die beweren dat er een kopie van de tempel van Salomo in de Cardou zit. Een boel mooie verhalen waarvan ik me levendig kan voorstellen dat je ze verzint of zelfs geloofd als je hier bent. Deze plek doet iets met je. Ik snap zo goed dat je dat buiten je zelf wilt plaatsen en met iedereen wilt delen. Daar een gemeenschappelijke ervaring van wilt maken. Toch hou ik het zelf maar even op mijn eigen waarnemingen en ervaringen. 



De klim naar boven van zo'n 750 km hoogte (correct me if i'm wrong, ik heb geen hoogtekaart naast me liggen) wordt gemarkeerd met een geel/blauwe wandelroute. Ik kan u aanraden om die route te volgen en er niet van af te wijken. Ook niet om een of andere oude mijn te gaan bekijken. Wij hebben mogen ervaren dat andere paden lastiger begaanbaar waren. Als je de klim gemaakt hebt wordt je getrakteerd op een bijzonder mooi uitzicht. Je kunt de Pyrieneen  zien maar ook Rennes 'l Chatteau, en eigenlijk alles wat je in de wijde omtrek kunt bedenken dat je zou kunnen zien. (nu hadden wij geluk met extreem helder weer) Nog een beetje hoger vinden we een steencirkel die is neergelegd in een prefect Keltischkruis. Dit wordt duidelijk door iemand als krachtplek gebruikt. En ik kan die persoon geen ongelijk geven. Het is even een klim, vanaf het dorpje waarvan wij vertrokken 1,5 uur lopen, maar dan ben je wel op een plek die zo mooi is, en waar je niet eens fantasie nodig hebt om de energie te voelen. Ik kan me niet voorstellen dat er mensen zijn die op toppen van bergen als deze hebben gestaan en dan nog steeds in geen enkele vorm van spiritualiteit geloven. Vinden zij het uitzicht alleen maar mooi? Voelen ze dan helemaal niets? Of geven ze er andere woorden aan? 


Ik kreeg in ieder geval spontaan zin in uren lange meditatie en het uitvoeren van rituelen. Maar het was inmiddels zo koud dat lang mediteren er niet in zat. Wel heb ik even een snelle shapeshift met een grote roofvogel, vermoedelijk een Arend (Adelaar) die boven onze hoofden bleef rond cirkelen. Later als ik thuis ben ben ik zeker van plan om tijdens een trance of visualisatie terug te gaan naar deze plek en mijn reis met de Arend af te maken. 


Daarna zijn we doorgereden naar Rennes le Bains. Een gemeente die vooral wordt aangetrokken door hippies. Wij komen terecht in een cafeetje waar de eigenaar schilderijen maakt in vrolijke regenboogglitter kleurtjes. Overal waar je kunt kijken staan nymfen, groene mannen en andere mythologische figuren afgebeeld in een regenboogdecor. Wij wenste vurig dat hij kleinere schilderijen maakte zodat we er een mee konden nemen. Nu zouden de kosten van het vervoeren waarschijnlijk hoger zijn dan de prijs van het schilderij zelf.



Vanaf hier wandelen we naar le Fateuil du Diable. Of zou het toch de troon van Isis zijn, zoals iemand op het bordje heeft geschreven. In deze omgeving ben je geneigd te geloven dat alles omgeven is door vrouwelijke energieën. Romeo heeft niets te veel gezegd. Inmiddels leer ik van vrienden op Facebook dat het symbool voor Isis en voor troon hetzelfde is. Isis is dan ook een Godin die met een troon op haar hoofd wordt afgebeeld. Dus het is niet heel gek dat mensen een stoel/troon aan haar linken. De link naar de duivel snap ik zelf ook heel goed. In de zetel gezeten kijk je uit over de vallei. Als je de vallei als onderwereld ziet zou het dus kunnen dat het een troon is die de onderwereld overziet. Er zijn ook mensen die geloven dat de troon daar staat om iets te bewaken dat erachter ligt. En dat je eerst "de Duivel" moet passeren voordat je daarbij kunt komen.



We zullen er waarschijnlijk nooit achter komen waar de stoel voor gediend heeft. Feit is dat er nu vooral hippies op af komen die lintjes met wensintenties in de bomen hangen. En dat de sfeer daardoor heel magisch en sereen is.

zaterdag 14 december 2013

27 november 2013 Carcassonne/ Quillan

Ik neem jullie verder mee op reis. Vandaag ging onze tocht van Carcassonne waar we de nacht hebben doorgebracht naar Quillan waar we een huisje gehuurd hebben van een dame genaamd Ruth. Ruth is van Britse afkomst, Britten schijnen nogal gek te zijn op deze streek en hier massaal heen te verhuizen. Onderweg zullen we verschillende stops maken om dingen te bezichtigen. En ik ben nu al dankbaar dat ik deze reis met deze mensen mag maken. Romeo en Mister E houden precies even veel van dingen zien, voelen, ervaren en bezichtigen als ik. Vol enthousiasme willen ze mij maar al te graag de plekken laten zien waar zij eerder al waren of waarvan ze hoorde of laten dat die plekken bezienswaardig zijn. Bezienswaardig wordt het sleutelwoord van deze reis.



We beginnen natuurlijk in de oude binnenstad van Carcassonne die het zeker verdiend ook bij daglicht bekeken te worden. Carcassonne heeft een dubbele stadsmuur. De buitenste stadsmuur is het oudst, later is er een tweede muur binnen deze stadsmuren gebouwd. Ik kan iedereen aanraden een wandeling tussen de twee muren te maken. Binnen de binnenste muren staat een kasteel dat je kunt bezichtigen. Hier schaffen we ons Katarenpaspoort aan. Persoonlijk vind ik het vooral leuk dat je stempels kunt verzamelen van de plekken die je gezien hebt. Leuk voor later ofzo. Maar eigenlijk is het een kortingspas. Een korting die je niet mag weigeren leerde we later in The abbey of Alet les Bains. We hadden al betaald toen ik zag dat ze mee deden met het paspoort, ik wilde graag een stempeltje maar werd verplicht dan ook de euro korting die we kregen terug te nemen. Toen wij aangaven dat we daar niets van wilde weten wilde zij er niets van weten dat wij daar niets van wilde weten. Na een hoop getrouw trek wie er het meest niets van wilde weten won de Abbey en pakte wij het geld aan.





Er gaan geruchten rond dat de Godin Diana op deze plek vereerd werd. Ik ben meteen geneigd dat te geloven als ik de diepe vrouwelijke energie voel die daar hangt. Volgens Romeo wordt dat gevoel alleen maar heftiger als je dieper het gebied in gaat. Mister E vermaakt zich vooral met de duiven. Die zijn hier in nogal grote getalen aanwezig en vliegen verschikt naar de overkant als wij aan komen lopen om weer terug te keren zodra wij uit het zicht zijn. Waarom doen ze dat toch?!?

Onze volgende stop is L' angelus de Notre-Dame de Marceille. Hier is een Mariabeeld uit de 15e eeuw te bezichtigen, maar nu even niet. Het origineel van het beeld staat namelijk sinds 2007 ergens in het Vaticaan te wachtten tot het heilig verklaard wordt.


(de Maria waar we voor kwamen mocht dan weg zijn, ik was ook onder de indruk van deze dame. Waarom draagt ze een kroon? Wie is ze?)



Hierna doen we de kerk van Sint Maarten aan in Limoux. Wij kijken onze ogen uit, de glas in lood ramen hier zijn zo bijzonder. In de folder is hier echter helemaal geen informatie over te vinden. Zelf vinden ze kennelijk dat ze hele andere kwaliteiten hebben.



vrijdag 13 december 2013

Carcassonne 26 nov 2013

Tijdens mijn vakantie heb ik een dagboekje bij gehouden. Ik zal jullie niet vermoeien met het hele dagboek. Maar de leukste stukjes uitkiezen.


Carcassonne bij nacht 

Als je deze streek bezoekt dan weet je dat je je begeeft tussen schatzoekers en na jagers van de heilige graal. Wij hebben niet direct de heilige graal voor ogen. En fysieke schatten verwachtten we ook niet te vinden. Toch zijn de verwachtingen hoog gespannen. Mijn reisgezelschap heeft deze reis al een of meerdere malen gemaakt. Er zijn mij verhalen verteld over het goddelijke vrouwelijke dat je hier overal zou kunnen voelen. Echt iets voor mij, werd er nog bij gezegd. Nu ik zo bezig ben met de godinnencursus en zo. En ik ben de laatste tijd al zo ontvankelijk voor spiritualiteit, of misschien zelfs wel goddelijkheid. Al heb ik er nooit precies de vinger op kunnen leggen wat goddelijkheid dan precies is.

Voordat ik op reis ging maakte ik een wandeling van mijn ene werk naar mijn andere werk. Ik zou met het openbaar vervoer kunnen gaan, maar het is maar 5 km en ik had de tijd. Met een uurtje flink doorstappen ben je er zo. Maar natuurlijk blijft het niet altijd bij flink doorstappen. Zo werd mijn aandacht getrokken door een wat sneller stromend watertje. Ik bleef daar een tijdje naar kijken en zag hoe afgevallen bladeren mee gingen met de stroom om uiteindelijk te verdrinken en niet meer boven te komen. Ik meende een wijze les te leren door hier naar te kijken.

Soms verdrink je als je met de stroom mee gaat. 

Even later werd het voetpad versperd door grote hopen bladeren, netjes bij elkaar geveegd. Eerder had ik tijdens een wandeling al gemeend dat de boom die zijn herfst bladeren los liet mij ook vertelde dat je soms moest loslaten om verder te kunnen. Allemaal leuk en aardig, maar nu lag al die losgelaten zooi hier toch maar op mijn pad en ik kon niet verder. Wat doe je dan? Ik meende dat ook hier een wijze les in verborgen zat.

We denken dat loslaten de oplossing voor alles is. Maar loslaten is zelden een oplossing.
Het is slechts het begin, hetgeen je losgelaten hebt kan danig in de weg liggen.
En wat doe je dan? Loop je eromheen? Ruim je het op? Wacht je tot het vanzelf verdwijnt?

Omdat ik al die wijze levenslessen niet wilde vergeten noteerde ik ze op Facebook. Waar iemand met de bijdehante opmerking kwam dat je hetgeen je loslaat als compost moet laten dienen om verder te kunnen. Ze wist niet half hoe raak deze opmerking was. Mensen vinden het kennelijk nodig losgelaten dingen netjes op een grote hoop te vegen zodat het onverwerkbaar wordt. maar waarom eigenlijk niet gewoon laten liggen en wachten tot het compost wordt? 

Nog wat verder op mijn pad zie ik een treurwilg, een van de buigzaamste bomen die ik ken, omgehakt door mensen handen. 

Hoe buigzaam je ook bent, tegen mensen kun je niet op

Op Facebook schrijf ik erachter dat het over die omgehakte boom gaat. Maar eigenlijk geeft die boom de perfecte reflectie van mij weer. Mijn anders zijn zorgt weer eens voor problemen. Ik val weer eens buiten de norm. En niet iedereen kan daarmee overweg. Je zou zeggen dat het went. Of dat ik me aan zou kunnen passen. Geloof me, ik heb me al enorm aangepast en veranderd. Ik blijf te anders. 

Maar goed, nu heb ik al een heleboel gezegd maar over de eigenlijke reis nog niet zoveel. We, of in ieder geval ik, verwachten dus dat dit een bijzondere reis gaat worden. Ook spiritueel. Ik grap nog dat vriendschappen kapot kunnen gaan van een vakantie samen. Maar daar gaan we niet van uit. De schrijver was altijd jaloers op onze vriendschap. Hij beweerde dat wij elkaar over 10 jaar nog steeds zouden kennen, en over 20 en 30 jaar ook. Ik denk dat hij toen al wist dat wij elkaar dan niet meer zouden kennen. En dat hij niet alleen jaloers was dat ik in staat ben dat soort banden met mensen aan te gaan. Maar ook dat anderen mensen dan hij wel zo'n vriendschap met mij aan kunnen gaan. 

Onze reis begon dus in Carcassonne. Het landen daar is al een beleving op zich. We vlogen zo dicht over de stad dat we haar bijna konden aanraken terwijl ze tegelijk nog zo ongrijpbaar was. Ik zag de kermis al die bezig was. Ik voelde de sensatie van wat nog komen zou. 

En het begon goed. Romeo had een restaurantje voor ons uitgekozen. Het was gevestigd in een oude stal en zou vooral homo's en lesbo's aantrekken. Daar hadden wij natuurlijk wel oren naar. We namen plaats in een stal die ooit van Cherrie geweest was. Een onstuimig paardje want er zaten wat beschadigingen in haar stal. Ironisch genoeg stond er vooral paard op het menu. Vegetariërs kennen ze hier niet echt. Uiteindelijk vinden we een gerecht met iets met linzen. Als het wordt opgediend blijkt het een halve kreeft te zijn, met een schaaltje linzen ernaast. Ik besluit maar niet al te moeilijk te doen deze vakantie en geniet van mijn zee-insect.  

Na het eten maken we een nachtelijke wandeling door het oude Carcassonne. Ik kijk mijn ogen uit, maar het is ook erg koud. We gaan terug naar het hotel dat volgens Romeo naar Ibis hotel ruikt. Ik ben nog nooit in een Ibis hotel geweest maar neem het zonder meer van hem aan. Voor mijn nichtje neem ik het zeepje uit de badkamer mee. Dan kan ze alvast wennen aan de geur van Ibis. Ze heeft nog zo'n leven voor zich. Welke paden zal ze bewandelen? Zal ze ooit (verre) reizen maken? En dan het zeepje voor mij mee nemen? 

donderdag 5 december 2013

Sint

Vorige jaar hadden we op het heksencafe zo'n leuk sinterklaasfeest dat het om herhaling vroeg.
Het idee is dat je iets heksigs dat je niet meer wilt inpakt en in de zak stopt. Sint en Piet zorgen er dan voor dat de cadeautjes terecht komen bij willekeurige mensen. Of bij mensen van wie de naam op het pakje staat. Het is altijd extra spannend, want er kan ook absolute troep in de pakjes zitten.

Het eerste pakje dat ik opende bevatte een trappenloper. Je weet wel zo'n spiraal ding in regenboogkleurtjes die je van de trap af kunt laten lopen. Vandaar de naam trappenloper. Nu heb ik in huis geen trap, en om nu in het trappenhuis te gaan spelen leek me iets te ver gaan. Gelukkig zag mijn overbuurvrouw er wel iets in. Haar katten zouden het vast een heel leuk speeltje vinden. Opgelucht overhandigde ik haar het ding.

Mijn tweede pakje bevatte sjamanen kaarten. Daar ben ik erg blij mee. Beetje jammer dat ze in het Engels zijn, want mijn Engelse woordbegrip is niet zo heel geweldig. Maar misschien is dit gewoon een teken dat ik daar iets mee moet gaan doen.

Toen waren er ook nog twee pakjes met mijn naam erop. Een met een geniale aardbeien-tas erin, en een met een pen in de vorm van een bezem, een hysterisch roze notitieboekje en een setje heksenstenen. Welke zichzelf respecterende heks wil dat nu niet hebben. Ook kreeg iedereen nog een leuk cd'tje met meditaties en chants erop. And again, welke zichzelf respecterende heks wil dat nu niet?

Mijn doosje met Isis/Egypte spul vind ook een nieuwe eigenaar die daar op de een of andere manier nog blij mee lijkt te zijn ook. En het boekje dat ik nog even gekocht had was zo populair dat ik het met kerst nog een paar keer mee neem voor mensen die er van baalde dat zij het niet kregen.

Maar het aller leukste waren natuurlijk niet de cadeautjes, maar de heerlijke ontlading die het lachen met zich mee bracht. De fijne sfeer die deze groep, die nu toch al een aantal jaar samen komt in wisselende samenstelling weet neer te zetten.

Zo eindigt mijn geef maand ineens in een ontvang week. En ik moet zeggen, ontvangen is stiekem toch ook wel erg leuk na al dat geven :P


woensdag 20 november 2013

geef maand 2013 #3

13 november 

Ik bereid in mijn eigen tijd een activiteit voor op mijn werk voor en neem eierdozen uit mijn privé collectie mee. Mijn hele omgeving spaart die dozen namelijk voor mij op zodat ik naar hartenlust krokodillen kan knutselen met Sprookjesjuf. Ook hebben we vandaag een afscheidsetentje van een van de collega's uit de invalpool. Eigenlijk was ik niet van plan een cadeautje te geven, maar omdat het geef maand is geef ik mijn laatste reep Tony Chocolonely weg. Een limited edetion die ik nog niet geproefd heb. Als dat geen geven is.

14 november

Er belt iemand op mijn Sprookjesjuf telefoon! Dat is nog nooit gebeurd! Of ik wil komen schminken op een kinderverjaardag. Ik reken geen reiskosten, want ik moest vandaag nog iets geven.

15 november

Een zak pepermunt die ik al eens weg had gegeven krijg ik ineens weer terug. Ik besluit hem mee te nemen naar mijn werk om hem daar in de snoeppot op het kantoor te stoppen. De snoeppot blijkt verdwenen te zijn. Gelukkig hebben de peuterspeelzaal collega's nog wel een snoeppot te leen.

16 november

Ik bedenk me dat het wel een aardig gebaar is als ik de Gitarist een aantal spullen die hij bij mij heeft achtergelaten terug breng. Ook neem ik mijn schmink mee om zijn neefje en nichtjes van een vrolijk toetje te voorzien als ik mee ga naar een verjaardagsetentje.

17 november

De gitarist heeft geen brood meer, in alle vroegte sta ik op om dat alvast te gaan halen voordat hij wakker wordt zodat we samen kunnen ontbijten.

18 november

Er komt een mevrouw een workshop verzorgen. Eigenlijk vergeet ik altijd om haar iets te drinken aan te bieden. Daarom neem ik me voor om haar dit keer wel een kopje thee aan te bieden. (Overigens is het niet zo dat ze uitdroogt hoor, ik zie haar vaak wel een glaasje water halen, maar de drempel om zelf thee te zetten op een locatie die niet de jouwe is, is toch groter weet ik uit ervaring)

19 november

We hebben cursus, ik neem een pakje koekjes mee om uit te delen bij de thee. Soms zit geven hem nu eenmaal in dat soort kleine dingen.


dinsdag 19 november 2013

Sletvrees

Ik heb lang nagedacht of ik wel of niet moest bloggen over Sletvrees. Net toen ik bedacht had dat ik dat niet ging doen, omdat ik dacht dat het niet nodig was las ik een blog dat me deed beseffen dat het wel degelijk heel erg nodig is hierover te bloggen.

Voor wie de afgelopen week op een andere planeet heeft doorgebracht (of geen tv heeft natuurlijk) hier een linkje naar de docu van Sunny Bergman. Sunny onderzoekt in deze documentaire hoe seksueel bevrijd we nu eigenlijk zijn. Als ik naar mezelf en mijn directe omgeving kijk denk ik dat het nogal tegen valt met die seksuele bevrijding van ons vrouwen.

Hoewel ik er geen geheim van maak dat mijn relaties niet perse monogaam zijn haast ik me vaak  om daar aan toe te voegen, maar ik ben geen slet hoor, ik deel heus niet het bed met iedereen. Ik denk dat ik mijn bed met minder mensen gedeeld heb dan de meeste vrouwen van mijn leeftijd. (het zijn er minder dan 10)Toch zal ik sneller als slet bestempeld worden omdat ik nu eenmaal met zowel vrouwen als mannen naar bed ben geweest (en langere relaties heb gehad) en ik weleens twee partners tegelijk heb gehad. Dat kan natuurlijk niet. Beschaafde meisjes doen dat niet, dus zal ik wel een slet zijn.

Het gekke is dus dat ik daar zelf in mee ga door te benoemen dat ik GEEN SLET ben als mensen vragen hoe het nu zit me mij en relaties. Waarom doe ik dat? Waarom ben ik bang dat mensen zouden kunnen denken dat ik wel een slet ben? En als zou ik wel een slet zijn, wat dan nog? Waarom zou ik niet dezelfde rechten hebben op seksuele vrijheid als die mannen zichzelf toe-eigenen?

Als Sunny met een seksuoloog praat komen ze tot de conclusie dat vrouwen vaak minder van seks genieten dan ze zouden kunnen omdat ze zich schuldig maken aan sletvrees. En weer ben ik schuldig. Ik herken me in het profiel van seksuele geremdheid. En als ik met vriendinnen over dit onderwerp praat (ja meisjes praten ook over seks) merk ik dat ik hier niet alleen in ben. Waarom doen we dat toch?

Ik zou verwachten, of nu ja misschien is het meer hopen, dat een documentaire als deze vrouwen aanmoedigt die waarom vragen te beantwoorden. Maar het tegendeel lijkt waar te zijn. Nee in plaats daarvan vinden we Sunny een slet, gooien we met modder en vinden we haar vooral heel stom. En eerlijk gezegd vind ik dat dan weer heel stom. Sunny roept ons niet op ineens massaal te gaan sletten, lijstjes bij te houden van het aantal veroveringen in ons bed of er bij te gaan lopen alsof bedekkende kleding niet meer binnen ons budget paste. Het enige wat ze ons vraagt is, hoe seksueel vrij ben jij eigenlijk? Maar een eerlijk antwoord op die vraag geven is waarschijnlijk te confronterend. En dat, is best een beetje jammer.

zaterdag 16 november 2013

Gewoon Single



Gewoon Single
vooroordeleln, misvattingen en andere ongemakken
Karin Ramaker www.met-k.com
uitgeverij scriptum
ISBN 9789055947935

Nadat het recensie exemplaar van "Gewoon Single" bij mij in de brievenbus viel nam ik de houding aan van kritische lezer. Want dat had de lezer van mijn blog toch zeker verdiend? Een oprecht kritische blik op dit boekje? Maar al snel veranderde die kritische blik. Want oké, toegegeven, het is geen boekje dat je leest om de mooie zinnen of formuleringen. Arthur Japin schreef in zijn dagboek dat hij een zin had geformuleerd die zo mooi, zo lang en zo ingewikkeld was dat zijn computer er iedere keer op vast liep. Zo'n boekje is dit dus niet. Nou en!

Wat het wel is? Een heel praktisch en herkenbaar boekje. Voor de singles onder ons zal het een feest van herkenning zijn. Terwijl het de niet singles onder ons aanmoedigt een beetje begripvoller  om te gaan met de singles in hun omgeving. En daarmee zou ik het vooral willen laten lezen aan al die mensen die al jaren gesteld zijn, of net verliefd en totaal op gaan in de ander, die vergeten zijn hoe het ook alweer was om single te zijn. Of die dat misschien wel nooit geweten hebben omdat ze van huis uit direct zijn gaan samen wonen en dus echt niet weten hoe het is om alles zelf te moeten regelen.

In de regel zal ik misschien niet gezien worden als single. Maar ik leef wel al een hele poos alleen. De relaties die ik had in die jaren waren ook niet van het soort waarbij het vanzelfsprekend is dat je de feestdagen gezellig met elkaar doorbrengt of leuk samen op vakantie gaat. In die zin weet ik dus wat het is om te moeten leuren of iemand met je mee wil gaan iedere keer dat je iets wilt ondernemen. Karin weet dat op een fijne manier te omschrijven waarbij de single nooit als sneufiguur wordt weggezet. En dat vind ik knap. Ze slaagt erin de kracht die er in de single zit steeds weer naar voren te brengen. Daarmee is dit dus ook een ideaal boekje voor mensen die net weer single zijn of zij die het single zijn even niet meer zien zitten. Het zal ze geen dingen vertellen die ze nog niet wisten. Maar het zal ze wel wijzen op de dingen die ze toch maar even voor elkaar weten te boksen. Alleen! Het laat ze zien hoe moedig en dapper ze eigenlijk zijn.

Buiten de Twitter bekende van mij die in dit boekje hun zegje doen was ik ook aangenaam verrast door het interview met Lenie de Zwaan. Zij geeft dit boekje ook nog een beetje politiek mee. Want politiek gezien is er nog een heleboel waar de single (en in mijn ogen zeker de single vrouw) mee te kampen heeft. In de wet is iedereen gelijk, maar gehuwde personen worden wel een beetje voorgetrokken. Want de wet is niet gewend aan singles. Iedereen betaald bijvoorbeeld nabestaanden pensioen, maar je mag niet zelf weten aan wie je dat wilt nalaten. Als single mag je dus niet een goede vriend, vriendin, broer of zus aanwijzen als jouw nabestaande. Iets waar ik me al jaren boos over maak. (meestal heel stil en in mijn eentje, want je wilt natuurlijk niet zeuren, of overkomen als verbitterde single, maar krom is het wel)

Buiten de liefdevolle adviezen en politiek staan er ook persoonlijke verhalen over bijvoorbeeld rampzalige dates in het boekje omschreven. Iets dat volgens mij ook iedere single wel herkent. Ik zou er in ieder geval ook een klein boekje mee kunnen vullen. Ik had het niet verwacht, maar dit boekje is een feest van herkenning dat zo vol liefde is geschreven dat ik het iedereen kan aanraden.

Ik ben benieuwd naar het volgende project van Karin, want ongetwijfeld woont er in haar hoofd alweer een nieuw boek dat wacht om geschreven te worden.



woensdag 13 november 2013

Geef maand 2013 #2

Het geven is nog niet afgelopen. We geven vrolijk door.

5 November
Visje, die ik al veel te lang niet meer gezien had kwam langs en klaagde over gebrek aan sleutelhangers. Toevallig had ik als afscheidscadeautje van een peutertje een sleutelhanger gekregen die ongebruikt in de kast lag te liggen. Ik vermoede dat die daar nog wel even zou blijven liggen. Dus mocht Visje hem mee nemen.

6 November
Ik had twee vrijkaartjes gewonnen voor de film "Het geheim van Sophia", een film die gemaakt is omdat er al 25 jaar televisie gemaakt wordt voor het Sophia kinderziekenhuis. Ik heb een van de kaartjes aan mijn moeder gegeven. Mijn verwachtingen waren niet hoog. Ik had het idee dat ze het halve personeel als acteur hadden ingezet ongeacht of je nu kon acteren of niet. Maar dat de organisatie ook zo slecht zou zijn had ik niet kunnen vermoeden. Het was echt een voorstelling bedoeld voor zieke kinderen. Er waren zo weinig stoelen dat ik me bezwaard voelde er gebruik van te maken. Want dan pikte ik vast een stoel in van een ziek kindje. Na dat we een Hello Kitty ijsje hebben gegeten zijn we dus stilletjes weggeslopen.

7 November
Ik besloot om vandaag een rot klusje voor iemand te doen. Op de BSO moesten de punten geslepen worden. Dan heb ik het niet over 1 of 2 potloodjes. Nee, we praten eerder over een stuk of 200 potloden. Ik had te weinig tijd om ze echt allemaal te slijpen. Maar ik ben een heel eind gekomen.

8 November
Heb ik samen met een van de kinderen een mooi knutselwerkje gemaakt van lucifers die nu op hangt in onze BSO ruimte. Oké toegegeven het is geen meesterkunstwerk. Maar we hebben het zelf gemaakt en cadeau gedaan aan de groep.

9 November
Vandaag was een makkie, de gitarist is bijna jarig. Dus ging ik op pad voor een cadeau. Ik haalde een tosti-ijzer omdat zijn oven nog bij mij in de berging staat en hij dus al een jaar geen tosti's uit de oven heeft kunnen eten. Vanaf nu kan er dus weer genoten worden van gesmolten kaas, als is het dan in een iets andere vorm.

10 November
De gitarist wordt altijd erg blij van ontbijtjes met koffie, fruit en brood. Ik heb dus een ontbijtje voor hem gemaakt. Dat zijn nog eens makkelijke geefacties.

11 November
Op onze Facebook groep Ordinary Witches heb ik een uurtje orakelkaarten voor mensen gelegd. Misschien lijkt het alsof dat niet echt iets geven is. Maar al met al gaat er nog behoorlijk wat energie zitten in het openstellen voor iemand anders, die ik vaak niet echt ken, en het komen tot een antwoord op een vaak ongestelde vraag.

12 November
Op mijn Facebook kreeg ik het verzoek of ik niet iets hekssigs kon doen voor iemand zijn enkel. Nu heb ik op het afgelopen sjamanistisch festival geleerd hoe je vuurballen kunt maken waarmee je iemand kunt helen. Dat klinkt vast heel erg hocus pocus. En waarschijnlijk is het dat ook. Maar niet geschoten is altijd mis. Dus heb ik me teruggetrokken in mijn heksenhuisje en heb ik geprobeerd op afstand te helen. Nu is de betreffende enkel gebroken, dus ik verwacht niet dat hij op wonderbaarlijke wijze ineens genezen is. Maar wellicht heb ik iets van de pijn kunnen wegnemen of iets, als is het maar een klein beetje, kunnen bijdragen in het genezingsproces.

Het valt me op dat ik vooral de spirituele dingen die ik eigenlijk best wel vaak "geef" zelf helemaal niet als geven ervaar. Eigenlijk heb ik helemaal niet heel veel dingen weggegeven die ik anders niet weg zou geven. Ik had gedacht dat ik dit een lastigere opdracht zou vinden. Maar moet tot de conclusie komen dat ik best een gevend persoon ben van nature.

zaterdag 9 november 2013

Wie zijn toch die bezoekers

Wie zijn toch die bezoekers, vroeg ik me af op 3 Januari 2011.
Een vraag die me nog steeds met enige regelmaat overvalt.
Wie zijn toch die lezers van mijn blog, die volgers op Twitter. Waarom komen ze op mij? Wat heb ik ze te bieden. Ik denk dat ik er nooit helemaal aan zal wennen.

Soms dan kom ik hier, op dit weblog en zie ik dat er bezoekers zijn, op mezelf na. In mijn hoofd ga ik het lijstje af, de Parkman kan het niet zijn, die leest mij niet meer, de Gitarist heeft mij nooit gelezen en Mama is echt even iets anders aan het doen. Ook is het niet zo dat ik net een blogje heb geschreven en reclame heb gemaakt op Twitter of Facebook. Dat wil nog wel eens helpen. De enige conclusie is dus dat ik gelezen word! Iets waar ik me toen ik met dit blog begon erg tegen verzet heb. Als ik niemand vertel dat ik blog kan ook niemand me vinden, was zo ongeveer de gedachten. Wat dan de meerwaarde van een blog was weet ik niet helemaal. Misschien de mogelijkheid gelezen te kunnen worden. Maar dan meer toevallig zoals iemand een opengeslagen dagboek leest.
Ik fantaseer graag over wie die lezers zijn, en wat ze hier vinden. Soms krijg ik de nijging koffie of thee voor ze te zetten met een stukje fairtrade chocolade erbij.? Kom maar lieve lezer, vertel me wie je bent, er is zoveel dat je van mij weet, en zo weinig dat ik van jou weet.? Zou ik dan willen zeggen. Maar dat zou onzinnig zijn, het voordeel van lezer zijn is tenslotte dat dit in de luwte kan.

Dus leg ik me er bij neer, ik word gelezen en nooit zal ik weten waarom of door wie, nooit zal ik weten of het mijn buren zijn of iemand die me vriendelijk groet op straat. Het is maar goed dat ik geen boek heb geschreven voor een massapubliek.

Dag Vlindermeisje

4 januari 2011

Op de deurmat ligt een kaartje, een kaartje voor mij, zoveel is duidelijk. Waarom zou iemand Huisgenoot immers een kaartje met vlinders erop sturen? Bovendien Huisgenoot is bijna geen Huisgenoot meer, nog even en dan word Huisgenoot weer gewoon Marinus en Neelis word Huisgenoot, of Huisgenoot twee liever gezegd. Langzaam aan komen er steeds meer spullen van Neelis en gaan er steeds meer spullen van Marinus, het zou dus niet logisch zijn als mensen nog kaartjes met vlinders erop voor hem naar dit adres sturen. Vlinders op kaartjes wijzen op privé post. Op met de handgeschreven boodschappen, op mensen die mij kennen, die moeite voor mij gedaan hebben, die zich in mij verdiept hebben. Een vlinder is voor mij een zeer sterk symbool. IHet staat voor transformatie, voor verandering, processen die ik belangrijk vind, waar ik me graag mee bezig hou.

Ik probeer te raden van wie de kaart is, misschien van die ene oud collega, die ik overigens nog steeds een kaartje terug moet sturen, even voel ik me schuldig. Of van mama anders, het is een mooie kaart, mama zou zoiets uit kunnen kiezen. Maar het handschrift is niet van de oud collega en ook niet van mama. Het duurt even voordat ik het kan plaatsen. Dan vallen puzzelstukjes op zijn plaats en ontstaat er alleen nog maar meer verwarring.

Het is een kaart vol dank je wels. Dank je wel voor een leuke tijd, dank je wel voor lieve woorden, dank je wel voor je kaarten, dank je wel voor je brieven, dank je wel voor je kusjes, dank je wel voor je knuffels. Heel lief en het ontroerd me, maar een jaar te laat. Vorig jaar hoopte ik op waardering voor mijn kaarten en mijn brieven. Vorig jaar dacht ik, vind ooit nog maar eens een meisjes dat zo leuk is als ik, een meisje dat je iedere dag kaartjes en briefjes stuurt of kleine attenties geeft bij wijze van advent kalender. Vorig jaar fantaseerde ik hoe die briefjes en kaartjes met een lintje eromheen bewaard zouden blijven, hoe hij ze later nog eens door zou lezen, met een glimlach op zijn gezicht, denkend aan mij, dat kleine gekke meisjes dat zijn leven zo vrolijk in gevlinderd was. Maar vorig jaar kwam er niets. Geen dank je wel, geen wat fijn, geen wat lief, geen dat heb je leuk verzonnen, helemaal niets. Het maakte dat ik me klein en onzeker voelde. Werd ik nu wel of niet gewaardeerd? Mocht ik bestaan? Werd het op prijs gesteld dat ik er was? Of was ik weer eens te veel, te intens en te overweldigend?

En nu dus dat kaartje, zorgvuldig voor mij uitgezocht. Dat kaartje vol met dank, dat kaartje vol met waardering om wie ik ben, om wie ik was, want ik ben gegroeid, veranderd, getransformeerd! Ik doe mijn best niet achter alles een dubbele betekenis te zoeken, om niet te lezen ik mis jou even veel als jij mij hebt gemist. Om niet te lezen, bij jou weg gaan was een fout die ik niet had moeten maken, maar ik was bang. Ik doe mijn best om alleen maar te lezen dank je wel dat je in mijn leven was, maar vlindertjes die moet je niet bewaren in een potje, dan krijgen ze geen lucht en gaan ze dood. Vlinders die moeten vrij rond vliegen zodat zoveel mogelijk mensen hun schoonheid kunnen zien. Vlinders hebben ruimte nodig om te kunnen fladderen. Dus dag lief vlindermeisje, sla je vleugels uit en wees vrij en als het je uit komt vlieg dan langs mijn raam, zodat ik naar je kan zwaaien

Oma

Februari 2011

Zaterdag stierf ik een Sjamanistische dood. Een heftig ritueel waarbij je alles achter je moet laten om weer helemaal helder en schoon opnieuw te kunnen beginnen. Zondagnacht stierf mijn oma. Alleen voor haar is er geen kans meer om helder en schoon opnieuw te kunnen beginnen. In ieder geval niet in dit leven en of ik geloof in levens na of voor dit leven weet ik niet zeker. Ik vind het een prettige gedachten dat dingen beperkt eindig zijn. Dat er nieuwe kansen zijn. Maar acht de kans ook groot dat dood gewoon dood is, dat er daarna alleen maar een oneindig niets is. Uit niets ben je gekomen en tot niets zul je wederkeren. Zoiets.

Ik had geen band met mijn Oma. 18 jaar geleden heb ik al afscheid van haar genomen. Of eigenlijk nam zij afscheid van mij, ik was een meisje van 10 en had daar zelf geen invloed op. Natuurlijk had ik in de jaren daarna contact kunnen zoeken met haar. Er is ook wel een vluchtig contact geweest een keer in de 5 jaar of zo. Maar wij waren zo van elkaar vervreemd dat we beide niets meer in elkaar vonden.

Ik ben daar boos over geweest. Waarom kunt u niet van me houden? Waarom interesseert het u zo weinig wat er in mijn leven afspeelt. Weet u wat mij bezighoud? Wat ik doe? Waarom ik doe wat ik doe? Dit zijn vragen die ik stelde aan de wind, aan de bomen, aan zomaar een ster of aan mezelf. Antwoorden kwamen nooit.

Vandaag was ik op haar crematie. Ik was niet van plan te gaan. Wat had ik daar nog te zoeken? Het afscheid was al genomen. Maar mijn vader en zusjes zouden gaan en zouden het opprijs stellen als ik mee zou gaan. Bovendien waren er neven geweest die moeite hadden genomen mij te berichten over haar overlijden. Misschien dat deze het op prijs zouden stellen als ik er zou zijn. Dus ik ging.

Ik hoorde verhalen over een vrouw die warm en hartelijk geweest was. Verhalen over een vrouw die ik niet herkende maar ik begreep dat de sprekers oprecht waren, dat ze vanuit hun hart spraken. En langzaam viel de woede van mijn schouders af. Ik kon oprecht blij zijn dat ze voor mijn neefjes wel een liefdevolle rol had vervult. Dat er mensen zijn die haar zullen missen. Dat er mensen zijn in wie ze wel geïnteresseerd was. En dat ze dat niet in mij was dat heeft pijn gedaan maar is niet meer te veranderen.

Ze is dood, er kan niet meer helder en schoon opnieuw begonnen worden. Dat geeft vooral een hoop rust. Ik hoef me niet meer af te vragen waarom dingen zijn zoals ze zijn, ik hoef me niet meer af te vragen of ik haar al dan niet moet opzoeken (een vraag die vanaf mijn 12e regelmatig in mijn gedachten en gevoelswereld opspeelden) ik hoef me niet meer af te vragen of ze weet wat me bezighoud. Ik kan het afsluiten, het achter me laten. En als ik nu vertel dat ik geen opa’s en oma’s meer heb dan is dat niet alleen een knagend gevoel, dan is dat ook stoffelijk zo.

Oma, ik heb u nauwelijks gekend, zoals u mij nauwelijks gekend heeft. Het voelt zelfs vreemd om u Oma te noemen, omdat dit een geuzennaam is voor een oude vrouw die een bepaalde rol vervult, een rol die u voor mij niet vervult heeft. Het is te laat voor verwijten.  Dag Oma, rust zacht.

schelp en parel

schelp

Op mijn altaar ligt al jaren een schelp als symbool voor de godin. Omdat de schelp hol is strooi ik er soms wat zout in als symbool voor aarde, of brand ik er wat wierrook in als symbool voor lucht. Ik heb nog 9 van deze schelpen. En hoewel ze er bijna identiek uitzien, is mijn schelp toch bijzonderder. Ook had ik een worksop, over Zoe de kleine zeemeermin die op zoek ging naar de mooiste schelp van de zee. Ik had bedacht dat ik een piepschuim balletje parelmoerkleurig  zou laten verven en in de schelp zou laten plakken. Er was alleen een probleem, er deden tien kinderen mee aan de workshop, en ik had maar 9 schelpen. En 9 schelpen is er een te weinig.

Nu was er nog geen les geweest waar ook daadwerkelijk 10 kinderen aan mee deden. Dus bedacht ik dat ik voor de vorm best mijn altaarschelp mee kon nemen. Zodat het zou lijken alsof ik wel genoeg materiaal bij me had, maar eigenlijk zou ik schelp nummer 10 gewoon weer mee naar huis nemen. Een voor een kwamen de kinderen het workshop lokaal binnen, ik telde er al, 5, 6,7,8, het ging er om spannen, 9, laat dit de laatste zijn, nee hoor, 10! Koortsachtig dacht ik na, wat te doen? Moest ik ze per twee tal een schelp laten maken? Maar dan zouden ze veel te snel klaar zijn? Kon er niet gewoon eentje ziek worden? Konden we de schelpen niet gewoon tekenen? Dat is toch ook heel leuk? Ik kwam er niet uit, dus besloot ik maar schepen uit te delen. Alleen nu de vraag aan wie moest ik mijn altaarschelp uitdelen? Ik wilde dat hij bij een bijzonder kind terecht zou komen. Iemand die hem zou bewaren ook, niet iemand die hem in de prullenbak zou gooien. Terwijl ik aan het peinzen was trok er een meisje aan mijn arm, “juf, ik wil die schelp hebben”, en ze wees mijn altaarschelp aan.

Glimlachend overhandigde ik haar mijn schelp. Nee, ik zeg het verkeerd, ik offerde haar mijn schelp. En ik voelde dat het goed zat, zij zou mijn schelp begrijpen, er moest een reden zijn dat zij perse deze wilde hebben. Ondertussen dacht ik diepe boeddhistische gedachten. Dat het maar gewoon een schelp was, maar gewoon een symbool, niet de godin zelf, dat iedere andere schelp het ook prima op mijn altaar zou doen, dat ik er niet zoveel waarde aan moest hechten en dat dit toch wel echt offeren is.

En  zo bleek deze laatste les dus vooral voor mij een les te bevatten


......

Parel

Toen ik net begon met bloggen was het meest gehoorde commentaar “je leest zo lekker weg”. Een opmerking die ik overeen vind komen met “Wat vind je van mijn nieuwe bank?” “Hij matcht wel goed bij je bloempotten”. Of “wat vind je van mijn nieuwe servies?” “Tja,(ongemakkelijke stilte) heel apart”. Ik nam me dan ook stellig voor te stoppen met bloggen als deze opmerking nog een keer gemaakt zou worden. Ik wil niet dat mijn schrijfsels bij de bloempotten matchen, of dat mensen er ongemakkelijk stil van worden als ze vinden dat het ter sprake moet komen. Het gekke is dat sinds die dag de commentaren veranderden.

Nooit meer hoor ik dat ik zo lekker weg lees. Nee, nu word ik op verjaardagen voorgesteld als Laura die altijd van die leuke stukjes schrijft. Of laten moeders van vrienden via hun zonen weten dat ze zo genieten van mijn stukjes (dank je wel mama van Aldo). Soms zeggen mensen dat ze een zin zo mooi gekozen vinden, of dat een sfeer zo duidelijk voelbaar is dat ‘ie bijna tastbaar word. Hoewel ik natuurlijk niet voor anderen schrijf, en ik het echt veel belangrijker vind dat ik zelf kan genieten van het schrijven, word ik van dat soort commentaren toch wel heel blij. Het voelt alsof ik een groei heb doorgemaakt. Alsof ik echt beter ben gaan schrijven (wat ook wel zo is).

Maar het aller mooiste compliment kreeg ik dit weekend. Een Regenboog vriendin was zo onder de indruk van mijn schelpen verhaal dat ze er door geïnspireerd raakte. Als ik een schelp die voor mij bijzondere waarde had opofferde aan een kind, dan kon zij ook wel een bijzondere schelp aan mij offeren. En dus kreeg ik een schelp die zo mooi is dat ik hem bijna niet aan durfde te nemen. Maar als Regenboog vriendin een geschenk van uit haar hart geeft dan durf je niet eens tegen te stribbelen. Dan is de enige gepaste houding een knuffel en een dank je wel. Ze vertelde over het eiland waar de schelp vandaan kwam en hoe ze hier vele jaren met veel plezier vakantie vierde. In poëtische bewoordingen beschreef ze de kleur van de zee en de structuur van het zand. Ze had er ook nog een parel in willen doen, maar had deze niet kunnen vinden. Ik glimlachte, ik heb geen parel nodig, het verhaal dat aan deze schelp zit is een parel waar geen echte parel tegen op kan.

Dank je wel Regenboogvisje!

Misschien

16 februari 2011

Fictie

Ze heeft niet veel inbeeldingsvermogen nodig om te bedenken hoe hij daar zit. De derde barkruk bij binnenkomst in het rokershok, zodat hij met de barman kan praten over de lekkere wijven die binnen komen. Maar er komen geen lekkere wijven binnen dus word er zwijgend naar een wedstrijd gekeken.

De wedstrijd interesseert hem niet, wel vind hij het fascinerend dat er op ieder scherm een andere wedstrijd te zien is. Zijn gedachten laten de spelers van het ene scherm naar het andere scherm lopen. Ze zullen raar opkijken daar op de tribune, als er ineens een american football speler het voetbalveld op komt lopen. Hij lacht, voor niemand is duidelijk of hij lacht om een grap die niemand hoorde of een grap die door niemand verteld werd. Beide opties stemmen hem mistroostig. Schaamt hij zich? Nee, hij is de schaamte al lang voorbij, en dat maakt hem nog mistroostiger. Hij weet zichzelf geen houding te geven en besteld nog maar een bier. Iets met een ingewikkelde naam, iets met een anekdote, dan kan hij de barman daar mee vermoeien en verstrijken er weer drie minuten. Maar de barman luistert maar met een half oor, omdat hij wel ge?eresseerd is in de wedstrijd. Hij doet alsof hij ineens een ingeving heeft en pakt een pen en een papiertje uit zijn binnenzak. “Football” en “Voetbal” krabbelt hij, en “daar zullen ze raar van opkijken”. Als er iemand probeert mee te lezen zullen ze niet snappen wat er staat, de moeite is tevergeefs, er is niemand die mee wil lezen.

Hij kijkt op de klok, half twaalf nog maar, zijn ogen speuren de omgeving af, nog steeds geen lekkere wijven. Bij de deur blijven zijn ogen hangen, misschien dat ze binnenkomt, vroeger zou zijn hart dan opgesprongen zijn, nu zou hij niet weten hoe hij zou moeten reageren. Misschien dat hij haar zou kunnen vertellen dat hij een draakje voor haar zou slachten, misschien zou hij kunnen vertellen dat hij tot drie uur op haar zou wachten, dat hij tot drie uur op haar heeft gewacht, avond aan avond, maar dat ze nooit meer door die deur kwam. Misschien kon hij vertellen dat hij een ex van haar zou vermoorden. Misschien dat ze daar om zou moeten lachen. Misschien dat niemand dan door zou hebben of ze zou lachen om een grap die niet verteld werd of een grap die niemand hoorde.

Nee, ze heeft niet veel inbeeldingsvermogen nodig om hem daar voor zich te zien. Om zijn eenzaamheid te voelen die als een lodenlast op haar schouders drukt. Om te zien hoe hij opstaat, de avond al opgevend voordat deze goed en wel begonnen is. Maar ook vanavond zal ze niet door die deur komen. Ook vanavond zullen haar voeten elders dansen, lichtvoetig zal ze zijn, zijn ijzeren greep zal verslappen. Ze zal niet meer achterom kijken, dat weet hij ook wel, ze zal de deur gesloten houden, het heeft geen zin meer om te wachten.

Rondom zien

Vroeger deed ik nog weleens iets spannends. Mee doen met een schrijfwedstrijd bijvoorbeeld. Hier won ik een publicatie mee.

17 maart 2011

Zien



“Jij hebt de dingen niet nodig
om te kunnen zien.


De dingen hebben jou nodig
om gezien te kunnen worden.”



Dit gedicht las ik op de muur van de Rotterdamse bibliotheek in de Hoogstraat toen ik een jaar of 17 was. Wie het geschreven had wist ik niet, vond ik ook niet belangrijk, het ging er niet om van wie het was, het ging om de betekenis, en die was diep vond mijn 17 jarige hart. Ik nam de zinnen over in mijn gedichtenschriftje en herlas ze wel honderd keer.



Eerst maakte het me boos, natuurlijk heb ik wel dingen nodig om te kunnen zien, zonder bril zie ik geen steek! Maar al snel veranderde deze vier simpele zinnen mijn kijk op de wereld. Want hoewel ik die bril nodig heb om te kunnen zien, is dit het enige object dat ik nodig heb om te kunnen zien. Al het anderen dat ik droeg om mij mooi te maken aan lijfsieraden en kleding had mij nodig. Een stel laarzen hoe prachtig ook blijft levenloos als ze geen voeten hebben om zich omheen te plooien. Feestelijke jurkjes worden door niemand gezien als ze in de kast blijven hangen. Mijn hele button collectie en mijn bolhoedje blijven verborgen voor de wereld als ik ze niet mee naar buiten neem om gezien te worden.



Sinds dien ben ik een ander persoon, ik ben niet meer dat muurbloempje, ik ben niet meer onzichtbaar als het behang. Want ik heb een missie, er zijn dingen die gezien moeten worden, en ik moet ze tentoonstellen! Ik moet ze mee naar buiten nemen om te spelen.



Inmiddels weet ik dat het gedicht een liefdesgedicht is van K Schippers. Toepasselijker kan het bijna niet. Het gedicht dat mij leerde om liefde te hebben voor mezelf en de wereld om me heen, waardoor ik me soms zo bedreigd kon voelen, omdat iedereen zo groot was en ik zo klein, was ook bedoeld als liefdesgedicht!



Ik lees het nog steeds graag en vraag me dan af of het de ogen van de vrouw waarvoor het bestemd was ook geopend heeft. Of zij vanaf die dag met een heldere blik de wereld in gekeken heeft. En met opgestoken krulletjes en mooie spulletjes rond geparadeerd heeft omdat ze het verdiend gezien te worden.

Spelen alsof je een groot mens bent

12 april 2011

Ik wil dingen graag goed doen. Misschien wel tot het verdrevenen toe. Als ik ergens uitgenodigd word probeer ik een goede gast te zijn. Dat ik vegetariër ben en dus geen vlees eet vind ik vaak al heel vervelend voor mijn gastheren of vrouwen. “Ik eet soms wel vis hoor”, zeg ik er dan snel achteraan in de hoop dat dit het zonder vlees koken wat makkelijker maakt. Gastheren en vrouwen schijnen het vaak veel minder een probleem te vinden. Stiekem wilde ze al weken dat ene vegetarische recept uitproberen, maar komen ze daar niet toe omdat ze zo in de routine van aardappelen, groenten en vlees zitten.

Daarnaast probeer ik attent te zijn. Iets mee te nemen. Een bloemetje, een flesje wijn of een doosje chocolade.  Vaak denk ik daar pas zo laat aan dat ik niets meer kan halen omdat naar de winkel rennen betekend dat ik te laat ga komen. Het is dan of met lege handen aankomen of hopen dat ik nog iets in huis heb dat ik mee kan nemen. Ja ik weet het, heel slecht. Maar het gaat om het gebaar, bovendien zou het iemand uit maken of dat flesje wijn bij mij uit de kast komt, of dat ik nog even naar de AH gerend ben?

Dan komt nog de beproeving van een goede tafeldame zijn. Gespreksonderwerpen aansnijden, waarbij gelet moet worden op welke onderwerpen bij wie vermeden moeten worden. In het algemeen geld dat de onderwerpen luchtig moeten zijn en politiek vermeden moet worden.

Als je dat allemaal zonder kleerscheuren gelukt is moet je nog aanvoelen wanneer je moet vertrekken. Hierbij geld vooral dat je gevoelig moet zijn voor hints. Beginnen mensen te gapen of dingen te zeggen als “ik ben toch wel moe” of “morgen moet ik ook weer werken hé” weet je dat je er eigenlijk al te lang bent en dat je binnen tien minuten buiten moet staan. Aan de andere kant wil je ook niet direct na het eten verdwijnen. Dat staat weer zo onbeschoft en alsof je alleen voor het eten bent gekomen.

Kortom ik ben blij dat het erop zit. Spelen dat je een groot mens bent valt nog lang niet mee als je het goed wilt doen!

Sportpaleis

19 maart 2011

Zusje laat me trots haar sportschool zien, daar is het zwembad en daar de sauna wijst ze, en boven kun je fitnissen, hier links zijn tennisbanen en daar achter kun je squashen. Ze word steeds enthousiaster naar mate ze me meer van het sportpaleis laat zien. Ik voel me steeds kleiner worden. Hoewel ik me mee laat slepen door haar enthousiasme overvalt me ook een weemoedig gevoel. Ik denk terug aan toen wij nog kleine meisjes waren en we op aerobics zaten in een sportschool ergens achteraf. Niet meer dan wat kleedkamers, een paar fitness apparaten en een zaaltje vol met matjes, steps en gewichtjes. Ik vond het heerlijk om in apparaten te hangen waar ik eigenlijk te klein voor was, of me moe te rennen op de loopband om na een uurtje mijn rolschaatsen weer onder te binden en mijn laatste energie op te skaten onderweg naar huis.

Maar vandaag zijn we hier niet voor zwembaden of sauna’s en weemoedige gedachten zijn ook niet toegestaan. Nee, wij moeten ons nonchalant met een handdoekje over onze schouders bewegen tussen het zelfverzekerde sportende publiek, want vandaag neemt zusje mij mee naar een lesje zelfverdediging.

Of we weleens eerder iets hebben gedaan met zelfverdediging vraagt de meneer die deze les verzorgt. “Iets van Judo of Karate ofzo?” suggereert hij. Ik maak een opsomming van alle proeflessen en cursusjes die ik gevolgd heb. Tae Kondo, Kikckboksen voor meisjes gecombineerd met zelfverdediging en Kung Fu. Vooral de Kung Fu vind hij interessant. Ik roep er nog snel achteraan dat ik dat helemaal niet zo lang heb gedaan. Ik wil de verwachtingen van mijn kunnen natuurlijk niet te hoog gespannen hebben.

Dan begint de les, zusje en ik staan tegen over elkaar en moeten elkaars hand weg duwen zonder het contact te verliezen. Kennelijk doen we dit niet goed want we moeten van partner wisselen. Uiteindelijk sta ik tegen over een grote jongen met lang haar en woeste piercings. Het komende uur moet ik me door  hem laten aanvallen en wurgen om vervolgens uit zijn greep ontsnappen. Ik ontsnap keer op keer, tot hij echt kracht begint te zetten en ik me realiseer dat ik ook met al deze truckjes gewoon de sigaar ben als het er op aan komt.

Dan is het uurtje weer afgelopen. Zusje en ik sjokken met onze handdoekjes over onze schouder zelfverzekerd tussen de sportende mensen massa door. Volgende keer mag ik mee zwemmen en fitnissen, misschien ook nog wel squashen. Ik kijk er met weemoed naar uit!

Transgender

14 april 2011

Nog voordat een van mijn beste vriendinnen vertelde eigenlijk geen vriendin te zijn.

In Apollo is een themacafé over Transgenders. Niet een onderwerp waar ik direct iets mee heb, maar een van de spreeksters is een vriendin van een vriend van mij. En vriendinnen van vrienden moeten gesteund worden zeker als ze over zo’n moeilijk onderwerp gaan praten. Kennelijk waren er meer mensen die daar zo over dachten want het zit goed vol en gaandeweg de avond komen er steeds meer mensen bij.

De vriendin van een Raafje doet haar verhaal. Ze verteld hoe ze vroeger een stoere jongen was geweest, omdat ze zich een houding probeerde aan te meten maar dat ze zich eigenlijk nooit lekker voelde in die rol, er klopte iets niet. Hoe ze via Kelly op televisie ontdekte wat er niet klopte, ze zat in een verkeerd lichaam. Daarna volgde een slopend proces van naar winkels toe gaan om meisjes kleren te kopen maar toch met lege handen weer terug te gaan. Tot ze uiteindelijk een keer wel durft en meteen voor 200 euro aan make-up koopt en bovendien ook nog aan het winkelmeisje verteld dat het voor zichzelf is. Het meisje reageert, gelukkig, goed en er volgen meer aankopen. Stiekem in zijn kamer verkleedde hij zich tot wat hij nu is, een meisje. Maar het kon natuurlijk niet eeuwig stiekem door gaan. Dus werd het verteld aan moeder en zusjes die gelukkig ook open minded reageerden. Hierdoor gesteund kon hij naar de juiste instanties bellen en begon er een proces van psychelogische tests, een jaar lang als meisje leven en uiteindelijk de operatie. Zo komt het dat we nu luisteren naar een prachtige, stoere vrouw! Er is lef voor nodig om zo openhartig voor een groep te spreken. Veel dingen die ze verteld klinken herkenbaar omdat ze overeenkomen met een “gewone” coming out. Maar als je homo, lesbisch of bi bent houd het op na die coming out. Hier begint het dan pas echt.

Ze vertelde hoe ze als man al in de kinderopvang had gewerkt en hoe moeilijk ze het vond om als vrouw weer terug te keren. Zeker als invalkracht. Iets waar ik me heel goed iets bij kan voorstellen. Het is sowieso al lastig hoe collega’s, kinderen en ouders op je reageren als je invalkracht bent, laat staan als er iets anders dan anders aan je is. Maar ze zet de stap en het blijkt mee te vallen, inmiddels heeft ze een leuke baan op een BSO. Mijn netwerkantennes reageren meteen.

“Wat leuk dat je op een BSO, werkt, dat wist ik helemaal niet”. Begroet ik haar dus in de pauze. Ze verstaat me verkeerd en zegt “Ja natuurlijk kan dat”. Iets dat mij overduidelijk lijkt, je veranderd van geslacht, je bent niet ineens gehandicapt, het lijkt me dat je alles wat je daarvoor ook kon, en dat niet geslacht specifiek is nog steeds kunt. “uhhu, roep ik, maar ik wist het niet, ik vind het leuk”. Verbaasd kijkt ze me aan. “Maar Laura, we hebben samengewerkt, weet je dat niet meer”. Ik graaf in mijn geheugen, maar ik ken niemand die me aan dit meisje doet denken. Dan noemt ze me haar oude naam en vallen puzzelstukjes op zijn plaats. Het was een stagiair geweest op een andere vestiging, die wegens persoonlijke problemen was vertrokken. Niemand had ooit naar de aard van die problemen gevraagd, dat had ongepast geleken. Even voel ik me zo stom. Al een jaar lang moet ze gedacht hebben dat ik wist wie ze was, en al die tijd wist ik van niets. Nu ik terug reken moet het wel heel vlak na de operatie geweest zijn dat ik haar leerde kennen. Wat moet dat moeilijk voor haar geweest zijn. En wat ben ik onopmerkzaam geweest. Dan weten vrienden relativerende dingen te zeggen. Ze ziet het vast als een compliment, dat jij haar niet herkende moet wel zeggen dat de operatie goed gelukt is. Laten we dat dan maar hopen!